|
|
Veel gestelde vragen... Klik op de vraag en het scherm verspringt naar het antwoord. | Veel gestelde vragen over het attesteren en certificeren van IBA systemen: |
Wie zorgt er voor de aansluiting op het riool?
De gemeente heeft volgens de Wet Milieubeheer de plicht een Gemeentelijk Rioleringsplan te schrijven. In dit plan wordt onder andere aangegeven welke percelen wel en welke percelen niet aangesloten zullen worden op de riolering.
De gemeente heeft volgens de Wet Milieubeheer ook de plicht te zorgen voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater. Deze zorgplicht komt neer op het verplicht aanleggen van een riool of een ander systeem De gemeente kan ontheffing voor de zorgplicht aanvragen bij de provincie. Als de provincie op grond van het provinciaal ontheffingenbeleid de ontheffing verleent, hoeft de gemeente daardoor niet langer verplicht een riool aan te leggen.
De aansluiting op het gemeentelijk riool is een verplichting voor de burger. Vaak regelt de gemeente het voor de burger maar het blijft zijn verantwoordelijkheid.
Terug naar boven |
Hoe werkt het ontheffingenbeleid van de provincie?
Elke provincie heeft een eigen ontheffingenbeleid geformuleerd. Het komt er op neer dat de provincies bedragen hebben genoemd die de grens bepalen vanaf welk kostenniveau een rioolaansluiting niet meer doelmatig is. De meeste provincies koppelen dit grensbedrag aan het gebied waarop geloosd wordt. Voor gebieden met een bijzondere milieu-kwetsbaarheid geldt een hoger grensbedrag dan niet-kwetsbare gebieden. Men onderscheidt meestal niet-kwetsbare gebieden, kwetsbare gebieden en zeer kwetsbare gebieden, de daarvoor gehanteerde grensbedragen zijn ongeveer € 7.000,- voor niet-kwetsbare gebieden, € 9.000,- voor kwetsbare gebieden en € 11.000,- voor zeer kwetsbare gebieden. Dus als in een niet-kwetsbaar gebied de rioolaanleg meer dan € 7.000,- kost, dan kan de gemeente een ontheffing aanvragen voor de zorgplicht, er komt dan geen riool. Sommige gemeenten leggen meer riool aan dan ze op grond van het ontheffingenbeleid verplicht zijn.
Het ontheffingenbeleid is voor bepaalde tijd, bij een aantal provincies is het beleid inmiddels verouderd.
N.B. elke provincie heeft een eigen ontheffingenbeleid met eigen grensbedragen en voorwaarden.
Terug naar boven |
Als er een riool vlak bij mijn huis ligt, moet ik dan aangesloten worden of mag ik zelf kiezen voor een alternatief?
De wet beschrijft dat de afstand tot het riool bepalend is. Als deze 40 meter of minder bedraagt moet de bewoner zich (laten) aansluiten. De aansluitplicht staat in de bouwverordening. Binnen deze afstand geldt ook een lozingsverbod, dat staat in het Besluit lozing afvalwater huishoudens.
Terug naar boven
|
Als ik een riool krijg, moet ik daaraan dan meebetalen?
De gemeente mag een deel van de kosten van de rioolaanleg tot aan de perceelsgrens doorberekenen naar de burger. Hierover zijn meerdere conflicten geweest tussen gemeenten en individuele burgers, de rechter heeft aangegeven dat een bedrag van € 3.200,- nog acceptabel is. In een aantal provincies is daarvoor een provinciaal beleid geformuleerd, maar in de praktijk blijkt dat de mate van meebetalen per gemeente verschilt.
De kosten voor de voorzieningen op het eigen terrein zijn vrijwel altijd voor de burger.
Terug naar boven
|
Als ik geen riool krijg wat moet ik dan?
Volgens de wet mag er niet ongezuiverd geloosd worden. De bewoner heeft, als er geen riool is of komt, dus een probleem en hij dient dit op te lossen. Het Besluit lozing afvalwaterhuishoudens geeft aan dat er een voorziening voor de Individuele Behandeling van Afvalwater geplaatst moet worden, een IBA- voorziening. In de meeste gevallen gaat het om een septictank.
Terug naar boven
|
Welke voorziening voor Individuele Behandeling van Afvalwater moet ik plaatsen?
In de meeste gevallen gaat het om een bestaande lozing in een gebied dat geen bijzondere milieufunctie heeft. In die gevallen schrijft de wet een septic tank voor van 6000 liter voor lozingen tot 6 i.e. ls het een lozing op het oppervlaktewater dat een bijzondere milieufunctie heeft dan mag "het bevoegd gezag" (de waterkwaliteitsbeheerder) nadere eisen stellen die door een beter IBA- systeem dan de septic tank kunnen worden gehaald. Bij bodemlozingen is de eis ook een 6000 liter septic tank, maar er moet daarnaast een infiltratievoorziening achter de septic tank worden geplaatst.
Terug naar boven
|
Wie is het bevoegd gezag?
Als het om een lozing in de bodem gaat dan is de gemeente het bevoegd gezag, als het om een lozing op het oppervlaktewater gaat dan is het de waterkwaliteitsbeheerder van het gebied, meestal is dat het waterschap, soms is het Rijkswaterstaat.
Terug naar boven
|
Aan wat voor systeem moet je denken als het gaat om een beter systeem dan de septic tank?
Er zijn nu verschillende typen IBA systemen op de markt. Deze typen kunnen ingedeeld worden in de hoofdgroepen: filtratiesystemen (b.v. het helofytenfilter); biorotor; submerged bed systeem; oxidatiebed systeem; actiefslib systeem. Op basis van de zuiveringsprestaties kunnen de systemen ingedeeld worden in klasse I, II of III. Klasse I is de septictank.
Terug naar boven
|
Hoe weet ik of een systeem goed is en volgens een klasse I, II of III presteert?
Een systeem kan gecertificeerd worden door Kiwa. Om zo'n certificaat te krijgen moet een systeem een langdurig en zwaar onderzoek ondergaan. Als een systeem een Kiwa certificaat heeft met een klasse aanduiding I, II of III dan mag er van uit gegaan worden dat het systeem ook werkelijk kan voldoen aan de eisen. Er zijn inmidddels meerdere systemen gecertificeerd. Het zorgvuldig behandelen van het systeem als gebruiker is belangrijk, vooral de IBA II en IBA III zijn complexe apparaten waarmee voorzichtig moet worden omgesprongen. Veel overheden eisen een gecertificeerd systeem.
In de praktijk blijkt dat gecertificeerde systemen (ook) problemen kunnen hebben, soms is de aanleg niet goed gedaan of de inregeling en opstart, of er is iets mis met het gebruik. Soms is er geen aanwijsbare oorzaak voor storingen te vinden.
Terug naar boven |
Hoe goed is klasse I, II of III?
De in de onderstaande tabel weergegeven waarden geven aan wat de belangrijkste gehaltes zijn van het water dat uit het IBA-systeem komt.
Dat wat erin komt, het influent, is ook weergegeven in de onderstaande tabel . Het effluent is in steekmonsters en tussen haakjes in 24 uurs monsters. Klasse II en de klasse II systemen halen hoge zuiveringspercentages tot boven de 90%.
| influent | effluent | | | Klasse I | Klasse II | Klasse III | CZV | 600-1000 | 750 | 300 (150) | 200 (100) | BZV | 250-400 | 250 | 60 (30) | 40 (20) | SS | 300-450 | 70 | 60 (30) | 60 (30) | N tot | 50-100 | | | 60 (30) | P tot | 6-16 | | | 4 (2) klasse IIIB |
Terug naar boven |
Kunnen er ook meerdere huishoudens op één systeem?
Ja, dat is mogelijk, de systemen moeten wel aangepast zijn aan de hoeveelheid te verwerken afvalwater. Ook deze grotere systemen kunnen een Kiwa certificaat behalen, er zijn daarvoor speciale opschaalregels.
Terug naar boven
|
Wat kost een systeem?
Een septic tank van 6000 liter kost tussen de € 1.200,- en € 2.800,- Een IBA-systeem dat voldoet aan klasse II of III kost tussen de € 2.000,- en € 6.000,-. Hierbij is uitgegaan van systemen met een capaciteit van 4- 6 i.e. Naast de aanschaf kost ook de aanleg enkele honderden tot duizenden euros. Dit bedrag is sterk afhankelijk van de hoeveelheden leidingwerk en graafwerk die moeten worden verricht.
Terug naar boven
|
Wat kost een IBA jaarlijks?
Met uitzondering van de septic tank gebruiken de meeste systemen elektriciteit voor pompjes en bewegende delen. De energiekosten variëren van 5 euro tot circa 100 euro. Elk systeem produceert slib dat afgevoerd moet worden. Ook dat kost, afhankelijk van de hoeveelheid, circa 100 euro per jaar.
Af en toe zullen delen vervangen moeten worden, soms is dit een onderdeel van het servicecontract. Als het bevoegd gezag periodiek monsters analyseert zal hiervoor een vergoeding kunnen worden gevraagd.
Terug naar boven
|
Moet ik dan ook nog reinigingsheffing en rioolheffing betalen?
Omdat u met een IBA-systeem zelf reinigt zou uw reinigingsheffing verlaagd moeten worden, wettelijk kan dat ook, het waterschap kan bij klasse III systemen een korting geven. De rioolheffing van de gemeente is voor IBA bezitters niet terecht. Als de gemeente IBA diensten levert, wordt vaak de rioolheffing gerekend.
Terug naar boven
|
Hoe regel ik het onderhoud?
Technische controle en klein onderhoud kunnen voor alle typen systemen in eigen beheer worden uitgevoerd, met behulp van de gebruiksaanwijzing van de leverancier. Daarnaast bieden de meeste leveranciers en installateurs de mogelijkheid om een service-/ onderhoudscontract af te sluiten. Goed onderhoud is erg belangrijk.
Terug naar boven |
Hoe moet de slibafvoer worden geregeld?
Het slib uit IBA-systemen kan verwerkt worden met slib uit de grote rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi's). Gespecialiseerde bedrijven kunnen het slib uit de IBA verwijderen. Regelmatig (een keer per 1 of 2 jaar) verwijderen is aan te bevelen.
Terug naar boven
|
Als ik een IBA moet plaatsen, helpt de overheid mij daar dan niet bij?
Er zijn veel gemeenten, provincies en ook wel waterschappen die initiatieven nemen om de plaatsing van IBA systemen te begeleiden of zelfs volledig te verzorgen. De overheden onderzoeken de mogelijkheden daartoe en leren van elkaar, de komende jaren zal hun rol steeds duidelijker worden. De minister van VROM stimuleert deze rol van de overheid, men noemt dit "verbrede" zorgplicht of de "integrale aanpak". In ieder geval is op te merken dat gemeenten, ook wanneer ze ontheffing hebben, een taak hebben op het gebied van het faciliteren van de lozers. Dit is vaak een voorwaarde bij ontheffing.
Er zijn een aantal verschillende mogelijkheden te onderscheiden, hier geldt dat deze opties niet afdwingbaar zijn. De lozer heeft een grote mate van vrijheid bij het bepalen van zijn/haar oplossing.
Optie a:

| De aankoop (eigendom), aanleg en beheer zijn in handen van de gemeente en/of waterkwaliteitsbeheerder. | | | 
| De waterkwaliteitsbeheerder of gemeente draagt de kosten voor aanschaf, aanleg en beheer van het IBA-systeem. De lozer betaalt voor de aansluiting van het IBA-systeem en (een jaarlijkse heffing) voor de beheer- en onderhoudswerkzaamheden. | | | 
| Aansluiting op een IBA-systeem en het beheer is via een overeenkomst tussen lozer en betrokken overheid geregeld. |
Optie b:

| Aankoop (eigendom) en beheer is in handen van de lozer zelf. De lozer kan eventueel een bedrijf inschakelen voor de feitelijke aanleg en het onderhoud. | | | 
| Kosten worden door de lozer gedragen, betrokken overheden kunnen bijdragen in de kosten door middel van subsidies. |
Optie c:

| IBA-systemen worden in opdracht van de lozer geplaatst en beheerd door een IBA -bedrijf opgericht door één of meerdere betrokken overheden en eventuele marktpartijen (bijvoorbeeld gemeente, waterschap, waterleidingsbedrijf). | | | 
| De lozer is eigenaar van het IBA systeem. | | | 
| De lozer betaalt voor aankoop en aanleg van het IBA-systeem en heeft een onderhoudscontract met het IBA bedrijf. |
De wettelijke basis is dat de lozer zelf alles regelt en dus ook alles zelf betaalt. Terug naar boven
|
Heeft u nog tips?
- Stel u goed op de hoogte van het gemeentelijk rioleringsplan;
- Stel u goed op de hoogte van de plannen van de lokale overheden ten aanzien van de plaatsing van IBA systemen;
- Ga niet overhaast te werk;
- Koop geen niet-gecertificeerde systemen.
- De septictank is de basis eis voor de meeste lozingen, er moet een goede reden zijn om de eenvodige en robuuste septictank in te wisselen voor een hoogwaardiger systeem.
Terug naar boven
|
De attestering van een IBA systeem.
De attestering van IBA systemen is een onderdeel van de certificering van deze systemen door Kiwa. Bij de attestering wordt de werking van het systeem getest, m.a.w. of een systeem het afvalwater voldoende zuivert. Hiervoor wordt een meetrprotocol gehanteerd dat is vastgelegd in een beoordelingsrichtlijn. Zie ook bij certificering op deze site. Terug naar boven
|
Op welke wijze is de attestering onderdeel van de certificering van IBA systemen?
Naast de attestering wordt ook gekeken naar de levensduur van de behuizing van de IBA (de productcertificering). Deze twee onderdelen tezamen geven een gecertificeerd IBA systeem. Daarnaast kan ook de aanleg van een IBA systeem gecertificeerd worden. Daarbij wordt gekeken of het IBA systeem op een goede wijze wordt aangelegd (de procescertificering). Terug naar boven
|
Waar bestaat de attestering uit?
In de "Beoordelingsrichtlijn voor de attestering van IBA systemen" (BRL 100020) zijn een heleboel eisen vermeld o.a.: - waar het testlaboratorium aan moet voldoen,
- hoe "vuil" het water moet zijn dat de IBA systemen moeten gaan zuiveren,
- met hoeveel liter "vuil" water het IBA systeem moet worden gevoed (belasting),
- hoe schoon het water moet zijn als het gezuiverd is door het IBA systeem,
- volgens welke methoden het "vuile" en het gezuiverde water moeten worden geanalyseerd,
- welke testen het IBA systeem moet ondergaan en hoe deze moeten worden uitgevoerd.
Terug naar boven
|
Welke testen moet het IBA systeem ondergaan?
De testen worden in een vaste volgorde uitgevoerd volgens de "Beoordelingsrichtlijn voor de attestering van IBA systemen". Deze testen zijn: - Normale belastingstest (100% belasting) met wekelijks twee wasmachinetests en een badwatertest
- 24-uurs stroomstoring
- lage belastingstest (50 % van de normale belasting)
- hoge belastingstest (125% van de normale belasting)
- vakantiestresstest (geen belasting)
- piekbelastingstest (400% van de normale belasting gedurende zes uren)
Terug naar boven
|
Waarom duurt de attestering van een IBA systeem zo lang?
Een IBA systeem is een biologisch systeem, alleen langdurige testen zeggen iets over de stabiliteit en de werking. Daarom wordt gedurende 6 maanden getest, vaak duurt de test in de praktijk zelfs langer. Hieronder worden enkele oorzaken genoemd. De eisen zijn streng, ze staan in de "Beoordelingsrichtlijn voor de attestering van IBA systemen" . Deze eisen komen van de CIW/CUWVO en zijn overgenomen door het "College van Deskundigen IBA en afscheidersystemen". Zie de tekst en tabel hieronder. De samenstelling en de vuilvrachten van het huishoudelijk afvalwater waarmee IBA systemen worden belast, zijn weergegeven in tabel 6. In de tabel worden onder- en bovengrenzen gesteld. De bovengrens geldt als een richtlijn en niet als een eis. De ondergrens geldt wel als een eis. De verhouding BZV 5 /CZV dient gedurende de testperiode tussen de 1:1,5 en 1: 3 te zijn. Indien het influent de bovengrens overschrijdt, dan kan de leverancier/producent van het IBA systeem de testperiode stop laten zetten, totdat het influent weer binnen de range valt. Tabel 6: Samenstelling huishoudelijk afvalwater. Parameter | Concentraties (mg/l) | Vrachten 1) (gram/ inwoner/dag) | Biochemisch zuurstofverbruik (BZV 5 ) | 250-400 | 38-60 | Chemisch zuurstofverbruik (CZV) | 600-1.000 | 90-150 | Totaal stikstof (N-totaal) | 50-100 | 8-15 | Totaal fosfaat (P-totaal) | 6-16 | 1-3 | Zwevende stof (SS) | 300-450 | 45-68 |
1) Berekend op basis van 150 liter afvalwater per persoon per dag. De vrachten zijn afgerond op hele grammen. Tabel 6 is gebaseerd op de rapportage van januari 1999 van de CIW [CIW,1999], op een toetsing aan de Europese normgeving en op uitvoerbaarheid bij technische beproevingslocaties die voor het attesteringsonderzoek gebruik maken van gemengd afvalwater uit het openbare rioleringsnet. De eisen aan het influent in de de Europese norm (12566-III) zijn iets lager. Zo moet de CZV in de Europese norm tussen de 300 en 900 mg per liter liggen en de BZV tussen de 150 en 450 mg per liter. Het testlaboratorium, zoals het Van Hall Instituut, moet elke week kunnen laten zien dat de IBA systemen gevoed zijn met water dat voldoende "vuil" is. Pas als het water, achteraf vast te stellen via analyse, voldoende "vuil" is mag die week van de attestering meetellen als testweek. Om dit aan te kunnen tonen wordt elke week een monster opgestuurd naar een zgn. Sterlaboratorium. Een Sterlaboratorium kan en moet een monster heel precies analyseren. Omdat het zo precies moet, duurt het 10 werkdagen voordat de officiële uitslag van het monster bekend is. In de tussentijd gaan de tests voor de attestering natuurlijk door. Als blijkt dat het vuile water niet voldoende "vuil" was, mag die week niet worden meegeteld voor de attestering en moet die week weer opnieuw worden gedaan. Dat leidt tot vertraging. Als het water te koud is mag de test worden stopgezet, dat leidt ook tot vertraging. Soms haalt een IBA systeem een bepaalde test niet. De eisen voor met name ammonium verwijdering zijn erg streng (moet kleiner zijn dan 2,0 mg per liter). Daar komt bij dat ook de monsters van het gezuiverde water door een Sterlaboratorium worden onderzocht. Zodat je ook in dit geval de uitkomst pas weet twee weken nadat het monster is opgestuurd. Ondertussen is het testen natuurlijk doorgegaan. Elk IBA systeem mag één test overdoen. Een test duurt meestal twee weken. Het krijgen van de uitslag van de test duurt twee weken. Dus als een test over moet worden gedaan, moet je in je testschema enkele weken terug. Dit zijn de voornaamste oorzaken waarom de attestering van een IBA systeem soms langer duurt dan de 6 maanden. Terug naar boven
|
Als de attestering klaar is, heb je dan een gecertificeerd IBA systeemem
Nee, naast de attestering moet een IBA systeem ook een productcertificaat halen. Daarin wordt getoest of het systeemn volgens geldende normen is geconstrueerd en een levensduur van 20 jaar kan aarmaken. Deze twee onderdelen tezamen geeft een gecertificeerd IBA systeem. De producent of een aannemer kan voor de aanleg van een IBA systeem ook een certificaat halen. De lijsten van gecertificeerde systemen en installateurs zijn op de KIWA site. Terug naar boven
|
|
|
|
|