|
De discussie over IBA (juli 08) Hoewel het wettelijk kader al zo'n 20 jaar vast ligt is er een voortdurende discussie (geweest) over de sanering van het ongerioleerde buitengebied. Om deze discussie enigszins te doorgronden wordt met een aantal vragen het probleem geanalyseerd.
Is er een probleem? Van de ca. 6.2 miljoen percelen waren er nog (begin 2006) een kleine 100.000 niet op het riool aangesloten percelen in Nederland. Een deel wordt de komende tijd nog wel aangesloten, een deel wordt niet aangesloten. De niet-aangesloten percelen mogen lozen mits het water wordt voorbehandeld in een voorgeschreven voorziening voor de Individuele Behandeling van Afvalwater. Het zal kunnen gaan om ca. 50.000 percelen, dus 50.000 IBA systemen.
De urgentie wordt bepaald door de eis dat er vanaf januari 2005 niet meer ongezuiverd geloosd mag worden. Het hierdoor ontstane probleem concentreert zich in een beperkt aantal plattelandsgemeenten.
Wie moet Wat doen? De gemeente moet voldoen aan het zorgplicht artikel 10.33 van de Wet Milieubeheer: De gemeenteraad of burgemeester en wethouders dragen zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen haar grondgebied gelegen percelen. Dit komt in de praktijk neer op riolering, de gemeente moet dus rioleren. De gemeente kan ontheffing krijgen voor deze zorgplicht van de provincie, de provincie moet daarom een ontheffingenbeleid hebben. Centraal staat meestal een grensbedrag (ook wel omslagbedrag) voor de kosten per woning, ongeveer €7000 per woning en in kwetsbare gebieden oplopend naar €15.000. In sommige provincies kan de gemeente afzien van riolering als een IBA systeem goedkoper is dan de riolering, er wordt dan niet met een vast omslagbedrag gewerkt. De gemeente moet dus doorrioleren tot een bepaald kostenniveau, daarboven is ontheffing mogelijk.
Als het riool er is dan ontstaat een lozingsverbod moet ( volgens het Besluit lozing afvalwaterhuishoudens) en een aansluitplicht (volgens de Bouwverordening), de burger moet zorgen voor de aansluiting. In de praktijk verzorgt de gemeente vaak de aansluiting, maar het Besluit richt zich feitelijk tot de lozer. Als het riool te ver verwijderd is mag de lozer zijn afvalwater lozen via een systeem voor de Individuele Behandeling van Afvalwater (IBA), hiervoor wordt uitgegaan van 40 meter afstand. In de meeste gevallen betreft het de septic tank van 6000 liter zoals deze is beschreven in het speciale uitvoeringsbesluit "Regeling lozing afvalwater huishoudens". Bij lozingen op het oppervlaktewater kan de waterkwaliteitsbeheerder voor lozingen op kwetsbaar gebied nadere eisen stellen aan de lozing, deze eisen zullen leiden tot het voorschrijven van de meer complexe IBA systemen van klasse II of III. In de meeste gevallen gaat het echter om lozingen op niet-kwetsbaar gebied, de wet geeft dan geen ruimte voor een nadere eis en schrijft de septictank voor. Bij lozingen in de bodem mag de gemeente niet een nadere eis stellen, de septictank is hier de standaard oplossing. Na de septictank of na eventueel een geavanceerde IBA moet de lozing met een aparte infiltratievoorziening in de bodem gebracht worden.
Het is dus duidelijk Wie iets moeten doen: de gemeenten moeten rioleren; de provincie moet ontheffingen verlenen als rioolaanleg niet doelmatig is; de waterkwaliteitsbeheerder moet in een beperkt aantal gevallen nadere eisen formuleren; de burger moet aansluiten op het riool of aan de IBA.
Er zijn toch verschillen van mening zijn over deze Wie vraag. Sommige gemeenten nemen de ontheffing voor de zorgplicht heel letterlijk, men verwacht daar dat de burger geheel zelfstandig zal voldoen aan de eisen van de lozingenbesluiten. Andere gemeenten zien toch een rol voor zichzelf bij de sanering van de ongezuiverde lozingen. Deze rol kan variëren van voorlichting en soms wat subsidie tot het volledig overnemen van de sanering, inclusief het eigendom van de systemen. Soms neemt de waterkwaliteitsbeheerder vergelijkbare initiatieven, soms samen met de gemeente. De voordelen zijn voor de hand liggend: de burgers met en zonder riool worden gelijk behandeld en door de overheidsbemoeienis is de kans op onvoldoende en niet te controleren sanering te minimaliseren. De burger weet over het algemeen niet wat de bedoeling is van de wetten en regels en voor velen is het moeilijk te begrijpen waarom de overheid wel 'zorgt' voor de rioolaansluitingen en niet voor de andere methoden van afvalwaterbeheer (dat ook bij de rioolaansluiting de aansluitplicht bij de burger ligt en niet bij de gemeente, vergeet men vaak). Deze verbrede aanpak kan leiden tot het afzien van de ontheffingsprocedure, de gemeente voert de sanering immers binnen de zorgplicht.
Wat moet er gebeuren? Het tweede deel van de vraag Wie moet Wat doen leidt ook nog steeds tot verwarring.
Wat er moet gebeuren is duidelijk: rioleren tot aan de provinciale ontheffingengrens en aansluiten op het riool daar waar het riool niet te ver verwijderd is. De ontheffingengrens van het provinciaal beleid is meestal heel duidelijk en de afstanden voor wel of niet aansluiten zijn nauwkeurig beschreven in het Besluit lozing afvalwater huishoudens.. Alle lozingen die vervolgens overblijven moeten voorzien worden van een voorziening voor de individuele behandeling van afvalwater. In de meeste gevallen is dat de 6000 liter septic tank en in een beperkt aantal gevallen van lozing op het oppervlakte water mag de waterkwaliteitsbeheerder een nadere eis stellen. Deze nadere eis kan leiden tot een beter renderend IBA systeem. Er zijn veel verschillende IBA systemen met allerlei mooie namen maar ze kunnen eenvoudig worden ingedeeld in vier klassen: I, II, IIIa en IIIb. Klasse I is de septictank met een laag verwijderingsrendement; klasse III heeft een hoog zuiveringsrendement. De systemen kunnen worden gecertificeerd door Kiwa na een streng en nauwkeurig beschreven onderzoek volgens een Beoordelingsrichtlijn (BRL). Een Kiwa gecertificeerde klasse aanduiding betekent dat het systeem ook onder moeilijke omstandigheden de voorgeschreven rendementen haalt en een technische levensduur heeft van 20 jaar. Kortom, wat er moet gebeuren is volstrekt duidelijk. De regels zijn duidelijk, de markt is er klaar voor en er zijn voldoende Kiwa gecertificeerde systemen op de markt .
Er zijn gemeenten die veel verder gaan met rioleren dan het ontheffingenbeleid eist: er is geld gereserveerd; er is subsidie; de waterzuiveraar wil de overcapaciteit van de zuivering graag benutten; men vreest de komst van de onbekende IBA systemen. Allerlei overwegingen kunnen leiden tot door-rioleren tot boven de ontheffingsgrens, vaak met behulp van geld van de waterkwaliteitsbeheerder.
Andere gemeenten daarentegen klagen over de hoogte van het grensbedrag van het ontheffingenbeleid, men zou veel liever éérder stoppen met de aanleg.
Soms zijn er gemeenten, provincies en/of waterkwaliteitsbeheerders die het niet eens zijn met de voorgeschreven septic tank van 6000 liter. Zij stellen dat het milieurendement van deze septic tanks zo laag is dat men liever wat extra geld investeert om de plaatsing van de hoog renderende IBA klasse II of III systemen mogelijk te maken. Tegelijkertijd zijn er overheden die precies andersom redeneren: 'de 6000 liter septic tank heeft zo'n laag rendement, dan kunnen we net zo goed niets doen of een minimum voorziening toevoegen aan de veelal bestaande kleine septic tank'. Daarin speelt het inzicht dat de individuele lozing in het buitengebied zo'n kleine bijdrage levert aan de milieuproblemen in het buitengebied en dat de zelfreinigende capaciteit van de buitengebiednatuur zo enorm is, dat alleen een sobere aanpak doelmatig is. In dit doolhof van opties is het aan te raden dat de gemeente zelf komt met een politiek- en beleidsrijk oordeel over de vraag: wat willen we, welke rol willen we spelen, wat kunnen we doen voor onze burgers, willen we een 'verbrede' zorgplicht of beperken we ons tot wat de wet voorschrijft?
Wie betaalt wat? Ook de onzekerheid over wat de burger in rekening mag worden gebracht werkt niet bevorderlijk voor een snelle start. Per gemeente verschilt het antwoord, in sommige gemeenten wordt het riool gratis aangelegd, soms wordt een forse baatbelasting geheven tot 3-4000 Euro per perceel, exlusief de aansluitkosten. Vragen zijn vaak toegespitst op het wel of niet kunnen heffen van rioolrecht en het korting geven van zuiveringsheffing aan IBA lozers. VNG heeft gesteld: indien de IBA een voorziening is van de gemeente dan is heffing van rioolrecht mogelijk, met verwijzing naar de Gemeentewet (art 229) .Inmiddels kan de waterkwaliteitsbeheerder een korting geven op het woonruimte forfait voor de zuiveringsheffing als er een hoogwaardige IBA geplaatst is (zie ook brief Unie dd 24 juli 2002).
Zijn de systemen wel goed genoeg? De certificatie is erg streng, de gestelde eisen zijn niet eenvoudig te halen. De systemen die door de tests heenkomen zijn goed werkende, robuuste systemen. In de praktijk gaat er echter nog vaak ietst mis met de aanleg of opstart, een zorgvuldige uitvoering is zeer belangrijk. Het lozingsgedrag is ook erg belangrijk, verkeerd gebruik leidt snel tot problemen. Goed onderhoud blijft belangrijk. De leveranciers die ca. €40.000 investeerden in de certificering zijn vastbesloten mee te doen in de Grote Sanering. Wat ontbreekt nog? Aan vrijwel alle randvoorwaarden wordt nu voldaan: Het wettelijk kader is er. De certificering heeft geleid tot voldoende aanbod van goede systemen en de leveranciers kunnen leveren. De eerste grootschalige projecten zijn inmiddels gestart of afgerond en anderen worden nog gestart.
De volledige sanering voor januari 2005 is niet gelukt. De gemeenten wachtten de afgelopen jaren soms met het ontwikkelen van hun beleid op het provinciaal beleid; de provincies wachtten op draagvlak bij de gemeenten en op overeenstemming met waterkwaliteitsbeheerders; samen wachtte men op inzicht in de financiële mogelijkheden; op veranderingen in de wet; wellicht ook op tekenen van uitstelmogelijkheden. Hier en daar is er een uitstelbeleid onwikkeld, ook 2008 wordt niet het eindjaar...
|